Toespraak trefdag voor de Gentse cultuursector 2013

Dames en heren

Ik ben blij dat jullie hier vandaag met zoveel zijn.  Toen ik schepen van Cultuur, Toerisme en Evenementen werd, heb ik tegen veel van mijn vrienden gezegd dat ik daar heel blij mee was.  Want zeg nu zelf, het is toch een eer om voor zo’n dynamische en gedreven sector mee het beleid te mogen maken.  De Cultuursector is  bij uitstek een sector waar nog mensen met dromen zitten. Dromen en ideeën die verder voorbij de bocht durven kijken.

Ik heb er de afgelopen 6 maanden al heel wat van ontmoet: mensen met wilde plannen, met grote verhalen, mensen die écht voor hun ding gaan, die zich niet laten remmen of afschrikken door onrustwekkende signalen over besparingen of geldgebrek.  Ik zal er géén doekjes om winden: de financiële situatie is niet rooskleurig, wel integendeel.   Maar laat dat geen ontmoediging zijn.  Het is een context, een vertrekpunt geen eindbestemming.

Dus daarom ben ik blij dat jullie hier met zoveel zijn. Om van gedachten te wisselen. Om elkaar te leren kennen. Om, wie weet, samen nieuwe plannen te smeden, nieuwe dromen te dromen. Om te inspireren en geïnspireerd te raken. Tenzij jullie hier gewoon allemaal zijn voor die geweldige receptie die straks volgt, dat kan ook natuurlijk :-).

Ik wil jullie niet al te lang van jullie glas weghouden, maar sta me toch toe om een aantal beleidsvisies te delen.  Ik wil het zowel hebben over een aantal vaststellingen als een aantal uitdagingen.

Laat me beginnen met de vaststellingen:

Ten eerste zie ik veel spontane samenwerking ontstaan. Veel mensen uit de cultuursector in Gent kijken verder dan hun eigen neus lang is, reiken elkaar de hand en werken samen.  Bijvoorbeeld op artistiek vlak:  met coproducties tussen professionele en niet-professionele actoren. Op logistiek vlak: door vrachtwagens te delen, door groepsaankopen te organiseren. Op vlak van infrastructuur: door zalen open te stellen voor derden.  Op vlak van visie en strategie:  door bv. samen te werken in het kader van Green Track. Die samenwerking gebeurt spontaan en steeds meer.

Ook deze trefdag is daar een goed voorbeeld van: samen nadenken over vernieuwend cultuurbeleid.  Ik ben er van overtuigd dat samenwerken, delen, dat dat versterkend werkt.

Tweede vaststelling: de kerntaken van de stad zijn niet altijd duidelijk afgebakend.  In een aantal gesprekken en ook tijdens het inspraaktraject, werd ik vaak gewezen op de verschillende rollen die de stad opneemt. De verwachting is dat de stad vooral ondersteunend en stimulerend optreedt. Is het de taak van de stad om ook zelf actief op te treden als maker, als producent?    Ik moet zeggen, ik ben er zelf nog niet helemaal uit.  Ik ben het er zeker mee eens dat de kerntaak van de stad niet bij dat laatste ligt, maar geloof tegelijk dat actief witte vlekken invullen een relevante beleidstaak blijft.  Ik wil over die beleidsvraag zeker ook verder in overleg met de sector gaan.

Derde vaststelling: ik hoor dat er nog steeds veel noden zijn op het vlak van infrastructuur voor creatie en presentatie. Een levendige kunstscene betekent dat veel kunstenaars op zoek gaan naar creatieplekken, naar plekken om te repeteren, om af te monteren, om te werken, om een eigen atelier te maken. En in een volgende fase gaan diezelfde kunstenaars op zoek naar podia, naar zalen, naar expositieruimtes etc.  Daarnaast heb je ook nog eens alle ondersteunende en intermediare organisatie die op zoek zijn naar bureauruimtes, vergaderruimtes etc.

Daarbij wordt aangegeven dat de 300 eigendommen die de stad vandaag al beheert in principe zouden moeten kunnen volstaan om aan de noden te voldoen, maar sommige zalen zijn onderbenut of niet vlot genoeg te boeken. Er zijn ook heel wat beperkingen omtrent het stockeren van materiaal en het overdragen van sleutels. Dit probleem stelt zich niet alleen binnen cultuur, maar ook in het jeugdwerk, buurtwerk, in pop up sites, enzovoort. Ik zal deze problematiek met mijn collega’s opnemen om de noden in kaart te brengen en te zoeken naar flexibele oplossingen om het gebruik van de huidige infrastructuur te verbeteren. Het geld moet niet gaan naar nieuwe bakstenen, maar onze energie moet wel gaan naar het optimaliseren van het gebruik van wat er vandaag al is.  Daarnaast zullen we ook blijven inzetten op het cultureel gebruik van tijdelijk beschikbare ruimtes.

Tot zover de vaststellingen. En dan nu de uitdagingen.

Uitdaging nr 1: Het samenspel van de vernieuwde bibliotheek in de Krook met de wijkbibliotheken daagt ons uit om buiten de gekende paden te treden.

De positie van de bibliotheek is de laatste decennia aanzienlijk veranderd. In de tijd vóór het internet kon de bibliotheek een afwachtende houding aannemen en zich beperken tot het opbouwen en beheren van een collectie van boeken en andere materialen. Wie informatie nodig had, kwam bijna onvermijdelijk naar de bibliotheek. Die tijden zijn radicaal veranderd. De technologische revolutie heeft informatie astronomisch doen toenemen en tegelijk zo toegankelijk gemaakt dat alle kennis (in theorie toch) maar een muisklik van ons verwijderd is. Deze verandering van schaarste naar overvloed dwingt de openbare bibliotheek tot herpositionering van haar opdracht om kennis en cultuur toegankelijk te maken. Waar de bibliotheek zich vroeger tevreden kon stellen met het beschikbaar maken van een ruim en gevarieerd aanbod, moet ze nu meer inzetten op oriëntatie. Het is juist door het verbinden van verschillende informatiebronnen, door het creëren van een context tussen verschillende bronnen dat kennis ontstaat. Dit vergt van de bibliotheek van de toekomst een meer actieve benadering dan vroeger. Het vergt een andere organisatie, een andere ingesteldheid. Ik heb begrepen dat ook Eppo Van Nispen tot Sevenaer het daar vanmorgen in zijn keynote al over had.   Dit is echter niet alleen een uitdagingen van de bib alleen.  De bibliotheek is géén eiland, ook De Krook niet.  Gent is een stad van kennis,  van know-how, van creativiteit. Hoe gaan we met zijn alleen de uitdaging aan om Gent daarin blijvend te versterken en tegelijk ervoor te zorgen dat niet enkel de High Potentials mee blijven in het verhaal,  maar dat dit een verhaal blijft van alle Gentenaars.  De bibliotheek is al jaren het meest toegankelijke cultuurhuis van de stad. Hoe zorgen we ervoor dat we vanuit die grote toegankelijkheid bruggen kunnen slapen en paden kunnen leggen naar alle uithoeken van de brede cultuursector en terug.   In het lokaal cultuurbeleid voor deze stad zie ik de bib dan ook een zeer centrale rol spelen, niet op een eiland, maar wel in een goede relatie tot de brede sector.

Uitdaging nummer 2: De grenzen tussen amateurkunsten en professionele kunsten in de brede artistieke basislaag van het culturele veld in Gent vervagen, onder andere door het boomen van de semi-professionele kunstensector.

Laat ik mezelf eerst verduidelijken: misschien is dit niet zozeer een uitdaging, maar wel een wens. Ik heb de afgelopen zes maanden met heel wat verschillende soorten kunstenaars en kunstenorganisaties gesproken, ik heb heel wat voorstellingen en tentoonstellingen bezocht en botste vaak op grote scheidingslijnen tussen de verschillende deelsectoren. Nochtans zijn er heel wat amateurkunstenaars die duidelijk in de grijze zone tussen niet-professioneel en professioneel zitten.  Ze maken kunstwerken of voorstellingen die de professionele toets op artistiek niveau kunnen doorstaan, maar moeten dit vaak doen in omstandigheden die onvergelijkbaar zijn.  Het is mijn wens dat we in Gent de schotten tussen de verschillende deelsectoren naar beneden kunnen halen.

Ik maak hierbij een onderscheid tussen organisaties van recreatieve kunstbeoefening, het rijke verenigingsleven van amateurkunstenaars, cultuureducatie aan de ene kant en de groeiende groep van beginnende en niet-professionele makers en/of uitvoerders met hogere artistieke ambities aan de andere kant.

De culturele onderstroom, de grote groep van mensen die op een recreatieve manier met kunst bezig zijn, wil ik in de eerste plaats blijven ondersteunen als vandaag. Het komt er op aan dat we de drempels voor deze creatieve kunstbeoefening laag houden en ondersteunen met zo goed mogelijke faciliteiten. Het is in deze vorm van kunstbeleving dat bij heel veel mensen op een duurzame manier een liefde voor kunst wordt gekweekt. Liefde die vervolgens ook aan de eigen kinderen kan doorgegeven worden en zorgt voor een enthousiast publiek.

De groep kunstenaars en collectieven die echt op creatie gefocust zijn, hebben andere noden en wensen. Ik wil mijn ondersteuningsbeleid zo uitbouwen dat zij ook maximale kansen krijgen, meer bepaald door een volledig nieuw en uitgebreider systeem van projectondersteuning uit te werken waarbij de goede elementen van de huidige projectsubsidies worden samengebracht tot een sterker uitgebouwd geheel. Meer kan ik daarover op dit moment nog niet  zeggen, maar ik wou toch al kwijt dat ik meer kansen wil bieden aan creatie- en presentatiemogelijkheden voor artistiek talent in Gent. Ook de ondersteuning van creatieve ondernemers wil ik hier in meenemen.  Ik geloof dat ook de samenwerking tussen grote huizen en gezelschappen als ondersteuner en believer t.a.v het opkomende artistieke talent belangrijke kansen biedt. In de economische wereld kennen we het concept van de business angels:  ervaren ondernemers die niet met geld, maar wel met hun netwerk en know-how over de brug komen. Dit soort van ondersteuning/samenwerking zie je hier en daar ook vandaag al in de cultuursector. Ik wil graag samen met jullie bekijken of we dit nog kunnen versterken.

Uitdaging nr 3: We zorgen ervoor dat meer Gentenaars cultuur kunnen maken en smaken.

Als stad hebben we heel wat toegankelijke cultuurhuizen/centra in het centrum en in de wijken. We hebben de grote cultuurhuizen, wijkbibliotheken, wijkzalen, ontmoetingscentra, zalen, musea, sociaal-artistieke projecten, buurtgerichte projecten ….. Daar wordt niet alleen gewerkt rond toeleiding van diverse bevolkingsgroepen om naar het cultuuraanbod te komen kijken, maar ook rond actief deelhebben aan cultuur. Met cursussen, sociaal artistieke werkingen, laagdrempelige activiteiten blijven ze dag in dag uit proberen om alle Gentenaars te bereiken. Soms met veel succes, soms met minder. En dat mag ook. Wie niet durft falen, zet nooit een stap vooruit. Als stad moeten we genoeg ruimte blijven geven aan de permanente inspanningen om cultuur als hefboom te gebruiken voor een positief klimaat van samenleven. Het is net dat wat Gent zo sterk maakt en dat moet ook zo blijven.

Vrijetijdsparticipatie heeft in de eerste plaats te maken met die sterke verankering en warme toeleiding. Maar ook met financiële drempels. Om die te kunnen wegnemen op een manier die niet stigmatiseert, willen we een vrijetijdspas invoeren voor alle Gentenaars die digitale informatie omvat die mensen recht geven op bepaalde kortingen en voordelen. Daarenboven is zo’n pas ook een interessant marketinginstrument die ons een schat aan informatie kan opleveren. Momenteel bereiden we de invoering voor als vervolg op het pilootproject de Vlaamse Uitpas.  Ook daarover hebben een aantal van jullie deze namiddag al een uiteenzetting gekregen.

Tot slot mogen we ook de enorme emancipatorische kracht van cultuureducatie niet onderschatten. Daarom wil ik samen met collega Decruynaere onderzoeken hoe de ondersteuning van kunsteducatie kan worden verruimd vanuit het klassieke deeltijds kunstonderwijs naar andere disciplines (circus, muziek, geluidskunst, dans, …) en welke mogelijkheden er zijn in het brede school verhaal. Ik wil ook sterker inzetten op het verruimen van cultuureducatie van de klassieke doelgroepen (jeugd) naar andere: mensen met een handicap, gevangenis, psychiatrische patiënten enz.

Uitdaging nr 4: we geven ons verleden een toekomst

Ook op het vlak van erfgoed staan we voor een aantal serieuze uitdagingen. Er is niet alleen een nieuw Vlaams decreet voor het onroerend erfgoed dat op ons af komt en dat een aantal wijzingen voorstelt in de omgang met monumentenzorg, archeologie en archief. Maar er is ook de hervorming van onze zes musea.  Tegen 1 januari volgend jaar zullen de 6 Gentse musea omgevormd zijn tot twee autonome gemeentebedrijven. De beslissing tot deze omvorming is genomen lang voor ik zelf schepen werd, maar vandaag komt dit alles wel in een sterke stroomversnelling. De komende dagen, weken en maanden zullen nog heel wat zaken uitgeklaard en afgesproken moeten worden, maar ik ben er van overtuigd dat als we binnen enkele jaren terug kijken op deze operatie, dat we dan zeker de voordelen gaan zien van wat deze verregaande samenwerking in twee gemeentebedrijven heeft opgebracht.

Dames en heren,

De laatste uitdaging geef ik aan mezelf.  Het is mijn uitdaging om mijn collega’s te overtuigen van mijn geloof in het belang van investeren in Cultuur.  Kunst en cultuur zijn een stuwende kracht voor dynamiek, voor creativiteit, voor veerkracht, voor economie.  Kunst en cultuur zorgen ervoor dat mensen buiten komen, dat mensen op café gaan, dat mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Daarom moet deze stad ook blijven investeren in Cultuur.  We hebben onze grote huizen en internationale grote namen nodig als stuwende krachten, als bakens die mee de richting en de ambitie aangeven.  Ik wil dan ook zeker blijven investeren in deze sterkhouders. Ik zie deze huizen ook als een partner voor de blijvende uitbouw van Gent als een creatieve stad.   Een stad waarin niet alles gepolijst moet zijn. Een stad die leeft.

Ik ga die uitdaging graag aan, samen met jullie.  Laten we er samen voor zorgen dat we blijven bouwen aan de sterk en dynamisch cultuurveld.  En hoe kunnen we dat beter doen dan daar samen op te klinken?

Nog eens bedankt voor hier te zijn, en schol!