Stad Gent krijgt groen licht van Vlaamse regering om vrijetijdspas te realiseren in 2014

Op voorstel van Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege keurde de Vlaamse Regering vandaag de verdere uitrol van de UiTPAS goed. Gent werd geselecteerd als 1 van de 4 bijkomende regio’s die in de eerste uitbreidingsfase worden opgenomen. De stad Gent zal deze kans met twee handen aangrijpen om de lang gedroomde vrijetijdspas nog in 2014 te realiseren.
Op basis van de positieve evaluatie van het proefproject in de regio Aalst wordt de voorbereiding voor een UiTPAS in vier bijkomende regio’s gelanceerd. Begin 2014 bereiden die vier zich voor om op korte termijn een lokale UiTPAS in te voeren. Het gaat om de steden Gent en Oostende en de regio’s Kortrijk en Turnhout. Cultuurnet Vlaanderen zorgt voor de technologische onderbouw en ondersteuning vanuit de ervaringen in de testregio Aalst en krijgt daarvoor vanaf 2014 een jaarlijkse subsidie van 778.000 euro van de Vlaamse overheid. De UITPAS is een algemene vrijetijdskaart met bijzondere aandacht voor mensen in armoede.

Zoals aangekondigd in het bestuursakkoord en in de meerjarenplanning 2014 – 2019 wil het stadsbestuur werk maken van een digitale kaart die het mogelijk maakt om door deelname aan vrijetijdsactiviteiten in Gent punten te sparen die recht geven op bijkomende voordelen. De digitale informatie op de kaart maakt het ook mogelijk om te bepalen op welke korting iemand recht heeft. Voor mensen die in armoede leven kunnen we daardoor – discreet – een specifieke tussenkomst mogelijk maken. Op die manier wil de stad de vrijetijdsparticipatie stimuleren.

We zullen de komende maanden nog veel werk hebben om alles voor te bereiden en technisch rond te krijgen, maar ik hoop dat we dit najaar kunnen starten. Deze pas is een belangrijk middel om een breed publiek te stimuleren om te genieten van het ruime vrijetijdsaanbod dat onze stad te bieden heeft. Maar natuurlijk ook niet het enige. We zullen in nauw overleg met verschillende gebruikersgroepen en met aanbieders bekijken hoe deze pas gekaderd kan worden in een globale aanpak van vrijetijdsparticipatie.